ILO-uitspraak krijgt alsnog gewicht in evaluatie staatssteun KLM
Er is al veel gezegd en geschreven over het eindrapport van de staatsagent en de reactie van Minister Kaag naar aanleiding van dat rapport. We zullen ons in dit bericht beperken tot een aantal kernpunten.
De VKP, VNV, VNC, NVLT en Unie hebben een gezamenlijk standpunt ingenomen ten aanzien van de rapportage van de staatsagent. Je kunt de betreffende brief, die is gericht aan leden van de Tweede Kamer, hieronder terugvinden. Tevens tref je hieronder het persbericht aan dat deze bonden hebben uitgebracht.
Statement vakbonden – Ongenuanceerde rapportage staatsagent vol onjuistheden over KLM’ers
In het commissiedebat in de Tweede Kamer, dat gisteren plaatsvond, maakte Minister Kaag kenbaar dat zij naast een evaluatie van de staatssteun ook zal laten beoordelen welke juridische mogelijkheden de staat heeft nu, naar het oordeel van de staatsagent, KLM zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden die zijn gesteld aan het verlenen van de staatssteun. Daarbij werd vooral de nadruk gelegd op de arbeidsvoorwaardelijke bijdrage die het KLM-personeel moest leveren.
Kamerlid Alkaya (SP) maakte tijdens het debat richting de minister de volgende opmerking: “Als je afspraken maakt, dan moet je je eraan houden, tenzij het tegen internationale regels ingaat. Dat is wat de vakbonden hebben aangegeven. […] En als die afspraken, die haar voorganger heeft gemaakt, tegen dat soort verdragen ingaan, dan kan zij toch niet heel boud zeggen ‘dan dient KLM zich aan die afspraken te houden’; dan waren die afspraken gewoon fout. […] Dat moet ook uit de evaluatie kunnen komen”. Daarop reageerde de Minister met de volgende woorden: “Deze duiding is nuttig voor ons. Ik neem die dan ook mee in de evaluatie. Ik denk dat dat het beste is”.
Dat laatste denken wij natuurlijk ook. Het is goed de ILO-uitspraak in herinnering te brengen. De International Labour Organization deed de uitspraak naar aanleiding van een klacht die was ingediend door de VCP (waarbij de VKP is aangesloten), VNV en NVLT. De klacht hield in dat de Nederlandse regering, door voor een lange periode een arbeidsvoorwaardelijke bijdrage op te leggen, zich ten onrechte bemoeide met het collectief onderhandelingsproces tussen KLM en de bonden.
De ILO kwam naar aanleiding van de klacht tot de volgende uitspraak: het moedigt de Nederlandse regering aan de dialoog aan te gaan met KLM en de werknemersorganisaties om ervoor te zorgen dat de duur en de impact van de arbeidsvoorwaardelijke maatregelen beperkt blijven tot de uitzonderlijke omstandigheden en om ervoor te zorgen dat collectieve onderhandelingen ten volle worden benut als middel om in tijden van crisis tot evenwichtige en duurzame oplossingen te komen.
De Nederlandse regering heeft aan die aanmoediging nooit invulling gegeven, zelfs niet toen de inflatie exorbitante vormen aannam en de arbeidsmarkt ook voor KLM problematische vormen aan begon te nemen.
Het is – zeker in het licht van de koopkracht- en arbeidsmarktontwikkeling, maar ook gezien de oorzaak van de crisis waarin KLM is komen te verkeren – schrijnend om te moeten constateren dat meerdere Kamerleden zo graag de bijl willen zetten in de arbeidsvoorwaarden van hardwerkende KLM’ers.
De Minister denkt nog vóór het zomerreces (dat aanvangt op 7 juli) het oordeel binnen te hebben van de juristen over de mogelijkheden om KLM in rechte aan te spreken. Wij vertrouwen erop dat die juristen in hun advies ook de ILO-uitspraak meenemen en tot het oordeel komen dat alle belanghebbenden er beter aan doen weer op een positieve manier met elkaar in gesprek te gaan om een goede toekomst voor KLM en alle KLM’ers veilig te stellen. Dat is ook in het belang van Nederland.