Bijzondere wending in overleg nieuw sociaal plan

De grondbonden hebben met KLM afspraken gemaakt over een nieuw sociaal plan (bijlage 15 cao). Deze afspraken – naast andere afspraken – zijn eind oktober 2025 in een protocol vastgelegd en in november ter goedkeuring aan de leden voorgelegd. Openstaand punt was toen nog het vaststellen van voorzieningen ten behoeve van ‘kwetsbare groepen’.

De Mobiliteitsafspraken die gemaakt zijn in het kader van ‘Back on Track’ zouden van kracht zijn tot en met 31 december 2025, maar zijn verlengd tot en met 28 februari 2026. Per 1 maart 2026 zou dan het nieuwe sociaal plan van kracht worden.

Hetgeen is vervat in het op 31 oktober afgesloten protocol moest nog worden omgezet in cao-teksten. KLM heeft daartoe een tekstvoorstel gedaan. Wat betreft de beëindigingsvergoeding, die bij reorganisatie aan een niet-herplaatsbare boventallige medewerker toekomt, luidt het tekstvoorstel van KLM: “De beëindigingsvergoeding bedraagt drie keer de wettelijke transitievergoeding (waaronder wordt verstaan diensttijd maal bruto maandsalaris conform de definities in dit Sociaal Plan) met een maximum van 24 bruto maandsalarissen.”

In het overleg over de tekst hebben wij voorgesteld de woorden ‘drie keer de wettelijke transitievergoeding’ te vervangen door ‘één maand per gewerkt dienstjaar’. Het komt rekeningkundig op hetzelfde neer, want de wettelijke transitievergoeding bedraagt 1/3e maand per gewerkt dienstjaar. Het maakt de bepaling voor de medewerker duidelijker en het voorkomt dat de bepaling een andere betekenis krijgt mocht de wettelijke transitievergoeding in de toekomst wijzigen of in zijn geheel vervallen.

KLM ging met dit tekstvoorstel niet akkoord. Betoogd werd door de KLM-delegatie dat altijd is bedoeld de wettelijke transitievergoeding automatisch te volgen, dus ook als deze in de toekomst op essentiële onderdelen anders zou worden.

Stel dat de wettelijke transitievergoeding in de toekomst wordt gehalveerd, dan wordt, volgens de lezing van KLM, ook de beëindigingsvergoeding, zoals opgenomen in het nieuwe sociaal plan, gehalveerd. Om dan aan het maximum van 24 maanden te komen (over dat maximum is geen discussie), moet je tenminste 48 jaar in dienst zijn geweest, terwijl ook is bepaald (daarover bestaat evenmin discussie) dat de vergoeding nooit meer dan 80% van de te verwachten inkomstenderving tot aan de voor werknemer geldende pensioendatum kan zijn.

Deze interpretatie van hetgeen we hebben afgesproken was voor de grondbonden nieuw. In het eerdere overleg is nooit gesproken over het automatisch meebewegen van de beëindigingsvergoeding met de wettelijke transitievergoeding. De wettelijke transitievergoeding (1/3e maand per gewerkt dienstjaar) had in de besprekingen, in ieder geval voor de bonden, het karakter van een vaste rekeneenheid en niet van een variabele wettelijke voorziening. In het overleg ging het dan ook alleen over de hoogte van de multiplier, waarbij we, na lang onderhandelen, uitkwamen op factor 3. Het heeft ons zeer verrast dat KLM achteraf met haar interpretatie van de gemaakte afspraken komt.

Van belang in dit verband is dat medio december vorig jaar het rapport van Peter Wennink uitkwam. Dat was na ratificatie van de protocol-afspraken die wij op 31 oktober 2025 met KLM hadden gemaakt. In het rapport wordt hervorming van de wettelijke transitievergoeding bepleit. In het licht van dat advies krijgt de discussie die wij nu met KLM hebben een onaangenaam karakter.

Wij hadden dit niet voorzien. Dat geldt ook voor de collega-grondbonden. In een gezamenlijk bericht hebben de grondbonden hun teleurstelling over het standpunt van KLM kenbaar gemaakt.

Terug naar overzicht

Volgend bericht

Bonus

© 2026 VKP
Website door Webton